Deze pagina gevonden via zoekmachine?
Klik hier voor de volledige website.
http://www.gedichtenhuisje.net
Afschrijven van gedichten voor eigen gebruik is toegestaan.
Openbaar maken of op uw website plaatsen is verboden






~ Gedichten over oorlog ~




    

Louis Linsingh was mijn grootvader langs moeders zijde.
Foto genomen tijdens de eerste wereldoorlog 1914-1918.

Victor Boons was mijn vader, hier tijdens de tweede wereldoorlog in 1940. Kort daarna werd hij
door de Duitsers gevangen genomen en naar een concentratiekamp gebracht. Hij bewaarde heel zijn leven zijn 'Entlassungsschein'(bewijs van vrijlating), want je wist maar nooit...






De angst

Oorlog teistert
Alleroorden loert de dood op buit
Krachtigen schrikken, heiligen moorden
Arbeid, armoede, ziekte en zorgen
Verdwijnen voor den éénen angst
De dagen duren, de nachten langst
Wat brengt de morgen?

René De Clercq
De zware kroon.
Verzen uit den oorlogstijd.
Bussum 1915





Oorlog

Zovele jaren na die tijd
Weten wij niets van oorlogstijd
Herdenken niet, en raken kwijt
Waar ooit voor is gestreden
Maar als het ons nu niet meer raakt
Ons niet meer aan het denken maakt
Is dat niet wat juist ruimte maakt
Herhaling van ’t verleden?





In de rij

Ook in slaap staan wij in de rij
"Jij daar! Wat heb je daar?"
Schichtig wordt etenswaar
In kranten verpakt
Wij hebben geleerd te wachten
De man met zijn honger
De vrouw met haar emmer appelen
Het kind met voorhuid of zonder
"Doe open die gulp! Wat heb je bij?"
"Ga daar staan. Daarnaast in de rij!"
Wij hebben geleerd staande te dromen
Als de sirene loeit over de stad
Ruikt men bloed en de soep van Winterhulp.

Hugo Claus 1929 - 2008
Uit 'Gedichten'
Uitgeverij De Bezige Bij





Joods kind

Zij wacht hem elke avond aan de trein
Het meisje met de zwarte haren
Met ogen die verstrakken in een staren
Of vader gauw de tunnel door zal zijn
Dan zwaait een mannenarm een verre groet
Op 't kleine gezicht bloeit plots herkennen
Ze gaat opslag hard naar haar vader rennen
Hij bukt zich laag en zoent haar smalle toet
Nu gaan zij samen door de late dag
De man gebogen en van zorg gebeten
Het ratelstemmetje wil erg graag weten
Waarom ze niet naar het zwembad mag...

Henk Fedder 1943





Hongerwinter

Ik had één enkele gouden ring
Dat was nog een herinnering
Aan oma, die is al jaren dood
Ik gaf de ring en kreeg wat brood
Mijn trouwjurk het ik ook geruild
Toen heb ik stilletjes gehuild
En zo ging ook m'n linnengoed
't Is oorlog, en wat moet dat moet
En, willen we nog verder leven
Zal ik op een dag mezelf nog geven
Voor kolen, voor wat vet of brood
Vrouweneer of hongerdood...

Corrie van der Hulst, Aug. 1944





Voor Eddy's moeder

O moederogen, zonder tranen meer
Gelaat gelijk een marmeren masker wit
Gesloten mond, die nooit meer tot God bidt
En nooit meer prevelt woorden warm en teer
Vrouw, maant een man, trooste en heuge u dit:
Hij viel voor ’t land en op het veld van eer
Gelijk een held! Doch nooit ziet zij hem weer
Niet eens een graf, waarin zij hem bezit
Zij weet alleen: haar lieve zoon is dood
Haar bloem, haar zon, het wonder van haar schoot
Haar kind dat aan haar borst lag, blank en zoet
Haar knaap die speelde, zong en floot
En plots kleurt tragisch ’t marmer-aanschijn rood
De weerschijn van zijn wreed vergoten bloed.

Hélène Swarth 1859-1941





In Flanders Fields
John McCrae 1915

In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below
We are the dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow
Loved, and were loved, and now we lie
In Flanders fields
Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.

In Vlaanderens velden
Vertaald zonder dichtvorm door mij, Lieve Boons

In Vlaanderens velden bloeien de klaprozen
tussen de kruisen, rij aan rij
die onze plek aangeven; en in de lucht
vliegen leeuweriken, nog steeds dapper zingend
nauwelijks hoorbaar door het geschut beneden.
Wij zijn de doden. Enkele dagen geleden
leefden we nog, voelden dauw, zagen de zon ondergaan
beminden en werden bemind en nu liggen we
In Vlaanderens velden.
Zet ons gevecht met de vijand verder:
Tot u gooien wij, met falende hand
de toorts; aan u om ze hoog te houden.
Als gij met het geloof breekt, van ons die gaan sterven
zullen wij niet slapen, ook al bloeien de klaprozen
In Vlaanderens velden.



Waarom klaprozen (poppies)? Klaprozenzaden kunnen jarenlang op de grond liggen en pas beginnen te groeien als andere planten in de buurt dood zijn. John McCrae moet dan ook honderden klaprozen hebben zien bloeien toen hij dit gedicht schreef. Maar de klaproos heeft nog een andere betekenis in 'In Flanders fields'. Sommige klaprozen worden gebruikt om opium en morfine van te maken. Dit verdovend middel werd vaak gebruikt om de pijn van gewonde soldaten te stillen, soms voor eeuwig...





Jodenvervolging

De menschen-nood schreit achter gesloten ruiten
De koude vensteroogen staren me aan
Maar deze nacht zijn deuren opengebroken
En 'k hoorde kreten schril door de stilte slaan
Voor weerloze huizen bleven wagens staan
Overal reden ze door de straten
De nacht was donker, machteloos hoorde ik 't aan
En leed met hen, die alles achter moesten laten
Om levend een graf van jammer in te gaan
Nu is 't weer rustig, de dag is aangebroken
Maar o, de Joden waar zijn ze heen gegaan?
De levensdeur is achter hen gesloten.

Gedicht uit 1943





Leentje

Leentje was nog maar een kindje
Van zo’n jaar of acht
Toen ze op een dag een vriendje
Thuis bij moeder binnenbracht
Tot dat Leentjes moeder hoorde
Wie dat vreemde knaapje was
En hun vriendschap wreed verstoorde
Want zo’n omgang gaf geen pas
Leentje hoorde in de lering
Hoe meneer pastoor ’t verbood
Dat gaf later maar verkering
Het nieuwe jochie was een jood
Toen ze onbegrijpend liet horen:
"Ik breng hem toch weer mee naar huis"
Sloeg haar moeder haar om de oren
En daarna een zalig kruis.





's Morgens vroeg

Zij stak de vensterruiten open
Een winterdag, een grauwe mist
Daar komen rasse stappen nader
‘t Zijn vier soldaten met een kist
Wie dragen zij zo vroeg ten grave?
Een vreemde knaap, een jong soldaat
De plaats is leeg en toe de huizen
En niemand, die er achter gaat
Zo ver van huis alleen gestorven
In ’t gasthuis van een vreemde stad
En onbeweend naar ‘t graf gedragen
Terwijl men ginds zo lief hem had!

Virginie Loveling 1836 – 1923
Uit: 'Een bundel nieuwe verzen'
uitgeverij: J. M. Meulenhoff





Armoe beeld

Droeve menschen trekken door de droeve straten
Het honger-merk der armoe op het bleek gelaat
't Ellende-leven dragend, kalm en gelaten
Het eind betrachtend, van de gruwe werelddaad
Fiere werkers zien hun kroost als bedel-kinderen
En schrijnend wee doorgrieft het teere moederhart
't Noodlot kwam de jeugd in 't lachend leven hindren
En elke nieuwe dag brengt telkens nieuwe smart
Eerbied dus voor hen, die zoo te lijden weten
En gij die kunt steunt mild, waar armoe 't diepste rouwt
Eerbied dus voor hen, en wil toch niet vergeten
Dat gansch de toekomst zich op 't moedig volk betrouwt.

August Meert 1916





Back
Wilfred Gibson (1878-1962)

They ask me where I've been
And what I've done and seen
But what can I reply
Who know it wasn't I
But someone just like me
Who went across the sea
And with my head and hands
Killed men in foreign lands
Though I must bear the blame
Because he bore my name.

Terug
Vertaald zonder dichtvorm door mij, Lieve Boons

Men vroeg me waar ik was geweest
Wat ik had gedaan en gezien
Maar wat kan ik antwoorden
Terwijl ik weet dat IK het niet was
Maar iemand die leek op mij
Die de zee over ging
En met mijn hoofd en handen
Mensen doodde in vreemde landen
Hoewel ik de schuld op mij moet nemen
Omdat hij mijn naam droeg.





Graven

Gedragen over de velden
Gaan mijn gedachten
Over gestorven helden
Beroofd van hun krachten
Ik kijk naar een kruis
Gemaakt van cederhout
Zijn medaille ligt thuis
Maar zijn graf is kil en koud
Te sterven voor je medemens
Vereist de grootste moed
Naastenliefde kende geen grens
Vrijheid was hun hoogste goed.





Uit 'Duizend soldaten'

Als ge van ze leven in de westhoek passeert
Deur regen en noorderwinden
Keert omme den tijd als g' alhier passeert
Den oorlog ga j' hier were vinden
Ja 't is den oorlog da 'j hier were vindt
En 't graf van duizend soldaten
Altijd iemands vader, altijd iemands kind...

Willem Vermandere





Al lang begraven

Ze liggen lang begraven
Te rusten in de dood
De mannen die ons België
Verlosten uit de nood
Ze zijn voor 't recht gestorven
Voor België's vrijgebied
En daarom, beste vrienden
Vergeten wij hen niet!

Em. Hiel 1919










Deze pagina is een onderdeel van
Het Gedichtenhuisje
©Copyright Lieve Boons
http://www.gedichtenhuisje.net