Deze pagina gevonden via zoekmachine?
Klik hier voor de volledige website.
http://www.gedichtenhuisje.net
Afschrijven van gedichten voor eigen gebruik is toegestaan.
Openbaar maken of op uw website plaatsen is verboden





~ Gedichten over ouder worden ~





Opa

Mijn opa is een lieverd
Al zolang ik hem ken
Maar sinds een tijdje
Weet hij niet meer wie ik ben
Soms zegt hij plots: "Zusje!"
En dan streelt hij mijn haar
Dan weet ik niet wat te zeggen
Dan sta ik hier maar
Mama zegt steeds:
"Vertel opa hoe je heet"
Terwijl mijn opa dat toch
Mijn hele leven al weet?
Het bezoekuur is voorbij
Ik zeg maar vast gedag
Ik hoop dat hij ooit terugkomt
Mijn opa met zijn lieve lach.

Jill, 11 jaar





Ouderdom

Ouderdom komt met gebreken
Dat wordt vaak achteloos gezegd
Maar voor een ouder iemand
Is dat soms een heel gevecht
Slechter lopen, minder horen
En het zien gaat achteruit
Je moet ermee leren leven
Zoiets wordt dan soms geuit
Daarom denken we zo vaak
Met weemoed en met spijt
Aan onze gezonde, jonge jaren
Aan die lang vervlogen tijd.





Een moeder

Aan de randen van een diep verborgen pijn
Haalt ze herinneringen aan vroeger open
Hoe ze zwoegend door het leven kon lopen
En toch met liefde zorgde voor ons welzijn
Nu haar dunne vingers zo krachteloos grijpen
Vanuit oude moederhanden verweerd en wit
Naar het laken, dat zich niet meer schikt
Klaart een sprankje hoop nog in haar gezicht
Met ogen die mij vragen nu ik dicht bij haar zit
Maar ik weet niet hoe het aan de andere kant gaat
Het antwoord blijf ik machteloos schuldig
Aan de stille, liefdevolle blik op haar gelaat.

Hendrik Hoogland





Vergeten

Ik weet niet waar ik ben
Dit is mij vreemd gebied
De kamers zijn mij onbekend
En de mensen ken ik niet
Gezichten ben ik vergeten
Ook van haar, zij noemt mij 'Mam'
Ik kijk haar aan, maar zou niet weten
Met wie ze mij verwarren kan
Mijn naam... hoe heet ik ook alweer?
Vreemd dat ik die niet meer ken
Wat zei toch laatst die meneer?
Ach ja, hij noemt mij Dement.





Voor jouw glimlach

Het maakt niet uit
Of je mij niet meer kent
Ik weet hoe je was
En wie je nog steeds bent
Ik blijf jou zeggen
Tot de volgende keer
Voor jouw glimlach
Kom ik steeds weer.





Als ik zo oud geworden ben

Als ik zo oud geworden ben
Dat ik geen mens herken
En niet eens jouw naam meer weet
Pak dan mijn hand even beet
En zeg me gedag
Laat me voelen dat je me mag
Wellicht dat ik het gevoel herken
Dat ik voor iemand
Iemand ben.





Aan een kleinkind

Lief kleinkind, beste meid
Opa raakt haast alles kwijt
Z'n bril, z'n pen en heel de rest
Ook schrijven gaat niet meer zo best
En mocht hij zelf soms ook verdwijnen
Dan resten jou slechts bibberlijnen
Denk later bij het zien daarvan
Nog eens een keertje aan die man.





De oude man

Zomaar een verweerde oude man
Zittend op een bank in het park
Met trillende handen genietend
Van een bakje kersenkwark
De doffe ogen tranen
Als hij zijn lippen dept
Eenzaamheid en verdriet
Zijn dagelijks recept
Hij staart naar de wolken
En ik krijg meelij met de man
Als ik hem zacht hoor zeggen
Schat, hier hield jij ook zo van...





Mijn jonge jaren

Met weemoed denk ik aan mijn jonge jaren
Want ik wordt nu al wat grijs
In mijn gezicht zitten de lijnen
De ouderdom eist zijn prijs
Weg zijn de strakke billen
En de mooie lijn
Ook al zou ik anders willen
Het hoort bij ouder zijn
Het verstand komt met de jaren
Waarom vergeet ik dan zoveel?
Allemaal zo van die vragen
Maar daar doe ik niet veel mee
Toch heeft oud worden ook een voordeel
Al deed ik dingen wel eens verkeerd
Het maakte me tot wie ik nu ben
Het leven heeft me veel geleerd.





Nu de grote dingen verdwijnen

Nu de grote dingen verdwijnen
Worden de kleine dingen groot
Wat zonlicht op de gordijnen
Een appel, een snee vers brood
Met hoeveel overbodigs
Maken we ons leven stuk
Er is zo weinig nodig
Voor wat eenvoudig geluk
Zó zou ik oud willen wezen
Klein bij de grote dood
Homerus om in te lezen
Een appel, een snee vers brood.

Garmt Stuiveling (1907-1985)
Uit: 'Eeuwig gaat voor ogenblik'





Dement

Je dag heeft geen uren meer
Geen naam, geen gezicht
Zo slibt heel langzaam en teer
Verdriet je denken dicht
De toekomst is wat gister was
Al neemt de tijd een keer
En verdwijnt wat toen bestond
Het doet ons beiden zeer
Het is een mooie lentedag
De zon schijnt door de ruit
Maar jij hebt de strijd verloren
Je staart weerloos voor je uit.





Opa's hondje

Opa kan niet meer voor hem zorgen
Hij is vaak ziek en moe
Zijn hondje moest vanmorgen
Naar een nieuwe baasje toe
Opa is naar 't bejaardenhuis
En zijn hondje kon niet mee
Hij krijgt wel weer een goede thuis
Maar opa zit er toch wel mee
Hij zou hem nog zo graag eens zien
Heel even als het mag
Hij was zo lief, een echte vriend
Opa mist hem elke dag.





Verdwaald

In 't bejaardentehuis loopt ze haar rondje
De route door haar verre kindertijd
Ze speelt weer het brutale blondje
Zelfzeker en door iedereen benijd
De oude namen hoeft ze niet te zoeken
Noch de straatjes en het plein
Maar steeds weer aarzelt ze op hoeken
Waar toch die andere straten zouden zijn
Dan dwaalt ze rond en voelt zich verlaten
Buitengesloten, bang voor iedere deur
Dat beeld groeit uit tot monsterlijke maten
Tot ze helder wordt door een bekende geur
Bloemen, koffie of vers brood
En even wéét ze!
Maar even snel vergeet ze...
Ze huilt vanbinnen als ze verder gaat:
"Ik wandel door een stad die niet bestaat..."







Deze pagina is een onderdeel van
Het Gedichtenhuisje
©Copyright Lieve Boons
http://www.gedichtenhuisje.net