Deze pagina gevonden via zoekmachine?
Klik hier voor de volledige website.
http://www.gedichtenhuisje.net
Afschrijven van gedichtjes voor eigen gebruik is toegestaan.
Openbaar maken of op uw website plaatsen is verboden!



Kindergedichten




Een vlindertje zweeft boven de stad
Dan zie je wat, dan zie je wat!
Vele kindertjes in de wei
Ze spelen er vrolijk en blij
Kijk, Helena en Robin zijn daar
Ze geven een kusje aan elkaar
Dat alles ziet het vlindertje klein
Terwijl wij hier beneden zijn.

Marieke had rozijntjes
En Jan had niemendal
Jan zou graag eens proeven
Maar zus zei: "Weeral?"
Dan sprak ons slimme Jantje
We spelen haantje pik
Gij strooit hier wat rozijntjes
En 't haantje dat ben ik
Dat vond Marieke aardig
Ze strooide keer op keer
Maar na een tijdje huilde ze
'k Heb geen rozijntjes meer!

Ben je ziek?
Dan is je bed een witte troon
Je lakens zijn de vlaggen
En je kussen wordt een kroon
Je moeder is de hertogin
De dokter wordt lakei
En de koning of koningin?
Dat ben jij !!

Van 's morgens in mijn kamerke
Lacht het zonneke naar mij
Ik was me vlug in 't waterke
En ik voel me toch zo blij!

Vakantie, vakantie, wat een prettige tijd
Twee maanden de zorgen van 't leren kwijt
Weg boeken, weg schriften, weg atlas, weg pen
Wat kan het mij schelen of het de is of den!
Vakantie, vakantie, heel vroeg uit je bed
Niet slapen of luieren, maar spelen en pret
Geen taalles, geen strafwerk, geen som in 't verschiet
Wat kan het mij schelen of 't uitkomt of niet!
Vakantie, vakantie, wat een prettige tijd
Maar 't is zo voorbij en al hebben wij spijt
We zullen maar leren, vol ijver in de klas
Want flink en slim zijn, komt in 't leven van pas.

Het kleine rode fietsje
Staat buiten in de regen
Hij wil zo graag zijn wieltjes
En trappertjes bewegen
Fietsje, fietsje heb geduld
Het duurt nog maar een uurtje
En als de regen over is
Dan rij ik je naar het schuurtje.

In iedere kleine appel
Daar lijkt het wel een huis
Want daarin zijn vijf kamertjes
Precies als bij ons thuis
In ieder hokje wonen
Twee pitjes zwart en klein
Die liggen daar te dromen
Van licht en zonneschijn.

Hansje gaat voor 't eerst naar school
Dat is geen kleinigheidje
Hij draagt een schooltas op zijn rug
Met griffels en een leitje
Druk pratend en heel parmant
Loopt Hansje aan zijn vaders hand
Zijn mond staat geen minuutje stil
Van alles wil hij weten
Of lezen moeilijk is
En hoe de juffrouw wel zou heten
En rekenen kan hij al heel goed
Van een tot tien wel als het moet
Maar als hij bij de schoolpoort komt
Wordt kleine Hans verlegen
De kinderen kijken hem zo aan
Daar kan hij heus niet tegen
Hij stopt zijn hoofd in vaders jas
En wou dat hij bij moeder was.

De moeder van de duizendpoot
Is vreselijk ontevreden
Haar zoontje is zojuist
In de sloot gegleden
En als je even rekent
Weet je wat dat betekent
Op zijn hoofd een grote buil
En... duizend sokjes vuil!

Deze nacht brengt Sinterklaasje
In uw schoentje, wees maar blij
Voor mijn lieve, kleine baasje
Speelgoed en veel lekkernij
Speelgoed, zei toen dat kapoentje
Speelgoed mams, en lekkernij?
Maar dan zet ik niet één schoentje
'k Zet ze liever allebei!

Mutsje op en rokje aan
Was ze 's morgens uitgegaan
Juffrouw muis, het viel haar tegen
Wat een koude najaarsregen
Het was zo nat op het pad
Dat ze er gauw genoeg van had
Water drupte van haar staartje
En ze rende met een vaartje
Lange benen lopen vlug
Haastig weer naar huis terug.

Mijn stoeltje heeft 4 poten
En dat is niet zo dom
Want had het eentje minder
Dan viel mijn stoeltje om!

Wij hebben thuis een babytje
Met kleine roze handjes
En als je in haar mondje kijkt
Dan zie je daar geen tandjes
Elke keer dan denk ik weer
Die tandjes zijn vergeten
O, wat zal dat moeilijk zijn
Om zo je brood te eten.

Op het mooie tafelkleed
Staat het bordje met mijn brood
Als ik flink eet, zegt mijn mama
Word ik later sterk en groot
't Zonneke piept door de ruiten
Het ziet of ik netjes eet
Of ik soms onder mijn bordje
Niet een harde korst vergeet.

Als ik in mijn tuintje kom
Doe ik al de musjes schrikken
Musjes, wees toch niet zo bang
't Is toch immers... ikke!

Rommelkamer
Wie hier woont, die moest zich schamen
Zijn onderbroek hangt aan de lamp
Een schoolboek slingert langs de ramen
Zijn stoel vol spullen is een ramp
Zijn regenjas ligt op de schommel
Over de wekker hangt een pet
Zijn hemd ligt in de koekjestrommel
Een hagedis ligt in zijn bed
Zijn grote sokken langs de muren
Verspreiden een onfrisse geur
Tot in de huizen van de buren
Zijn broek hangt doelloos aan de deur
Wie hier toch woont, die moest zich schamen
Niet soms, maar ieder ogenblik
Wie woont er dan? Ik noem geen namen
Wie woont er dan? Nou ja. Dus ik.

Shel Silverstein, Vertaling Willem Wilmink

Koeke-loere-haan, ik ben al opgestaan
'k Heb mijn boterham gegeten
En mijn melkske niet vergeten
'k Ben gewassen en gekleed
Kijk, nu sta ik al gereed!

Het wordt donker in de kamer
De lampjes zijn al aan
Ook buiten branden lichtjes
De sterren en de maan
De bloempjes gaan nu slapen
Geen vogel zingt er meer
Ook ik ga naar mijn bedje
En ik zie je morgen weer!



Deze pagina is een onderdeel van
Het Gedichtenhuisje
©Lieve Boons 2002 & verder
http://www.gedichtenhuisje.net